2009 Het jaar van Darwin
De reis van de Beagle begint op 27 december 1831. In eerste instantie zou het schip de 26e vertrekken, maar aangezien een groot deel van de bemanning nog afwezig of halfdronken was ten gevolge van 1e Kerstdag werd besloten het vertrek een dagje op te schorten. Eigenlijk direct na vertrek uit Engeland wordt Darwin al zeeziek en hij begint dan ook serieuze twijfels te krijgen of het wel verstandig is om 5 jaar lang over zee te zwerven.
Tijdens zijn reis met de Beagle verblijft Darwin in de ‘kaartenkamer’. De oppervlakte van deze ruimte bedraagt ongeveer 12 m², waarvan ook nog het merendeel in beslag wordt genomen door de tafel waar de kaarten op lagen. Ook loopt de bezaansmast dwars door deze kamer. Uiteindelijk houdt Darwin zo’n 6 m² vrije ruimte over voor zijn onderzoeksactiviteiten. In deze beperkte ruimte moet hij dus plaats zien te vinden voor zijn aantekeningen, proefmonsters en exemplaren van exotische dieren en planten. Hoewel hij van tijd tot tijd een lading naar Engeland terug kon sturen was een georganiseerde aanpak dus een absolute vereiste voor Darwin.
Darwin’s eerste grote ontdekking vindt plaats op het eilandje Santiago, een van de Kaapverdische eilanden voor de kust van West-Afrika. In de rotswand van een 15 meter hoge klif ziet hij een horizontale laag schelpen. Darwin is verbaasd omdat deze schelpen zich natuurlijk eerst op de zeebodem bevonden. Hoe konden deze dan nu 15 meter boven zeeniveau terecht zijn gekomen? Door deze ontdekking begint Darwin na te denken over de mogelijkheid dat de wereld constant in beweging is en dat continenten zich langzaam maar zeker verplaatsen over het aardoppervlak.
Van de Kaapverdische eilanden steekt de Beagle over naar Zuid-Amerika, om daar bijna de gehele kustlijn langs te varen en te verkennen. Tijdens dit gedeelte van de reis verzamelt Darwin talloze planten, insecten en kleine zoogdieren en reptielen. Ook ontdekt hij enkele prehistorische fossielen die veel uiterlijke kenmerken vertonen met bekende knaagdieren. Echter, de fossielen waren vele malen groter. Darwin vergeleek de fossielen in eerste instantie met uitgestorven Europese soorten, maar kwam later tot de conclusie dat de fossielen meer overeenkomsten hadden met nog bestaande Zuid-Amerikaanse soorten. Hieruit maakte Darwin op dat de evolutie van soorten op verschillende continenten onafhankelijk van elkaar verloopt. Dit idee werd nog bevestigd door zijn ontdekking van fossielen op de Falklandeilanden, die weer aanzienlijk verschilden van zijn eerder gevonden exemplaren.
Na een jarenlange tocht langs de kust van Zuid-Amerika bereikt de HMS Beagle in september 1835 de Galápagoseilanden. Hier doet Darwin zijn meest bekende ontdekking: de zogenaamde ‘Darwinvinken’. Op de verschillende eilanden van de Galápagosarchipel treft Darwin vinken aan. Het valt hem hierbij op dat de vinken op ieder eiland een andere snavelvorm hebben. Op het ene eiland hebben de vinken een grote, sterke snavel om zaden mee te eten, op het volgende eiland hebben de vinken weer een smalle, spitse snavel om insecten mee op te pikken. Dit terwijl alle soorten wel afstammen van dezelfde voorouder. Met deze ontdekking kwam Darwin tot de ontdekking dat door natuurlijke selectie de soorten die zich het best aan de omgeving hebben aangepast het meest kans hebben om te overleven. Door de ontwikkeling van een divers arsenaal aan snavelsoorten, afhankelijk van de voedselbronnen, hebben de vinken zich kunnen handhaven op de verschillende eilanden. De vinken van Darwin worden veelal gezien als symbool voor de evolutietheorie, omdat zij zo duidelijk illustreren dat eenzelfde soort zich anders ontwikkelt onder verschillende omstandigheden.
In het daaropvolgende jaar reist de Beagle via Australië, Mauritius, Zuid-Afrika en een kort tweede bezoek aan Zuid-Amerika terug richting Engeland. Doordat de opgestuurde werken en verzamelingen van Darwin reeds onder de aandacht waren gekomen van enkele vooraanstaande geleerden geniet Darwin al een heldenstatus voor hij überhaupt weer voet aan wal heeft gezet. De jaren na zijn terugkomst besteedt Darwin aan het verder onderzoeken van zijn verzamelingen. Zijn ideeën over het ontstaan en de ontwikkeling van het leven zijn zo veelomvattend dat hij besluit hier een boek aan te wijden. In 1859 wordt zijn magnum opus ‘On the Origin of Species’ gepubliceerd. Hoewel toen nog enigszins controversieel (want in strijd met het scheppingsverhaal) is het boek vrij snel verworden tot de leidraad op het gebied van evolutionaire biologie. Zelfs 200 jaar na zijn geboorte wordt de belangrijke rol van Darwin erkend door 2009 tot ‘zijn’ jaar te maken.

